|
Op de oostzijde van Ameland ligt het natuurgebied "Het Oerd". Het Oerd is sinds 1938 officieel een Natuurmonument. Het Oerd is
een duinlandschap met een bijzonder rijke vogelpopulatie: zo’n vijftig
vogelsoorten broeden er.
Meer oostwaarts vindt u Het Hon: een grote zandvlakte uitgestrekt tot
aan het Pinke Gat. Aan de waddenkant groeit ondermeer het lamsoor: in de
bloeitijd (einde zomer) ligt er daardoor een paarse gloed over de
vlakten.
Het natuurgebied Nieuwlandsreit, westelijk van het Oerd, wordt af en toe
overstroomd door de waddenzee. Het resultaat is een bijzondere
natuurlijke rijkdom: naast tal van vogelsoorten die hier broeden is
Nieuwlandsreit ook speciaal vanwege de uitzondelijke vegetatie.
Het Waddengebied an sich is bij eb een uitgestrekte vlakte vol banken en
kreken, én een onmisbaar foerageergebied voor honderdduizenden vogels.
Het duingebied van Ameland strekt zich over de gehele lengte van het
eiland . In het oosten en in de noordwesthoek van Ameland groeit het
eiland aan, ter hoogte van Nes en Buren vindt kustafslag plaats. Het
duingebied heeft een grote diversiteit aan milieutypen als gevolg van de
grote variatie in nat tegenover droog, zoet tegenover zout en kalkhoudend
tegenover kalkarm. In het oosten zijn de duinen relatief kalkrijk en is de
verstuivingsdynamiek hoog, waardoor de hier gelegen Kooiduinen en
Oerderduinen soortenrijk zijn. In het westen zijn het laagveenmoeras van
de Lange Duinen, de heideterreinen en de korstmosrijke, oude duinkoppen
bij Hollum bijzonder. In de binnenduinrand is een groot areaal aan natte
duinheiden aanwezig met kraaihei en dophei. Het gebied omvat ook een
paar kleine boscomplexen die bestaan uit aangeplant naald- en loofbos en
spontane opslag. In de Lange Duinen ligt een waterplas waaraan sinds
vorig jaar een vogelkijkhut is gebouwd. Vanuit de hut kunnen de talrijke
watervogels die hier komen rusten goed worden geobserveerd.
Ameland behoort nog altijd tot een dynamisch kustgebied. Door de sterke
zeestroming is afslag van land op de ene plaats en aangroei op een
andere van grote invloed geweest bij het vormen van het eiland. Ameland
heeft net als Terschelling en Schiermonnikoog een langgerekte, naar het
oosten versmallende vorm met in de beschutting van de duinen diverse
dorpen. Deze structuur van de eilanden is vergelijkbaar met die van de
buureilanden. Het eiland heeft ook een ingepolderde kwelder, haakvormige
zandplaten aan de west- en oostzijde en een uitgestrekt duin- en
kweldergebied. De polders van Ameland werden in de 19de eeuw van dijken
voorzien, maar Ameland heeft ook een gebied dat niet bedijkt is en dus
bij hoogwater onderloopt: de Nieuwlandsreit dat slechts door een
zomerkade van de zee gescheiden wordt. Getracht wordt om grip te krijgen
op het proces van aanwas en afslag omdat het eiland aan westzijde
voortdurend van afslag te lijden heeft. Ameland verschuift in oostelijke
richting; in de laatste drie eeuwen verplaatste Ameland zich een
kilometer per eeuw in oostelijke richting. In de jaren na 1943 kwamen op
het strand ten westen van Hollum ongeveer 200 waterputten tevoorschijn.
In de 15de eeuw zijn die waterputten in het buurtschap Sier onder het
duinzand bedolven. Deze plek is inmiddels weer verdwenen in de zee.
|